Op zoek naar een eerlijke waardering van de makers

Mijn zoektocht naar een eerlijke waardering van de makers van ons eten is een voortdurende reis langs de perspectieven van makers, consumenten, supermarkten, overheden en andere betrokkenen.

Voor zijn pastamerk ‘Gabanna Pasta’ koopt Sean Patrick groene bananen van Oegandese boeren. Hij vermaakt deze tot plantaardige pasta voor consumenten in Europa. In zijn poging zijn waar in Nederland op de markt te brengen loopt Sean aan tegen het bijna-monopolie van onze twee grootste supermarkten, Albert Heijn en Jumbo. Hun marktmacht maakt het voor Sean als klein, nog nauwelijks bestaande speler, bijna onmogelijk zijn product tegen een eerlijke prijs te verkopen.

Samen met Nelleke bevraag ik het winkelend publiek in Rotterdam: wat is een eerlijke behandeling van de mensen die ons eten maken? Consumenten vinden de makers van hun eten belangrijk. “Zij staan aan het begin van het proces. Zonder hen heb ik geen eten.” Maar vrijwel iedereen heeft moeite te bedenken hoe een eerlijke behandeling er uit zou moeten zien. “Wat een moeilijke vraag!” Dat is de reactie die we het vaakst krijgen.

Pluimveehouder Pieter Bouw voelt zich miskend door burgers die stemmen op politieke partijen die steeds maar striktere milieuwetgeving doorvoeren. Wetgeving waar niet die stemmende burger, maar hij als boer voor betaalt. Terwijl diezelfde burger kiest voor goedkoop wanneer zij voor het schap verandert in een consument. Niet bereid is te betalen dus, voor haar politieke keuze. “Lossen jullie de milieu- en klimaatproblematiek maar op, maar wij betalen er niet voor.” Dat is wat Pieter ervaart dat de samenleving naar hem roept.

René Bakker zat jarenlang in de directie van C1000. Hij is trots op de supermarktenwereld, maar ziet er ook de minder wenselijke kanten van in. René schetst een vicieuze cirkel van supermarkten die elkaar beconcurreren op prijs waardoor consumenten hun prijsbewustzijn verliezen en de makers van ons eten onder financiële druk komen te staan. Volgens René kunnen consumenten daar wat aan doen. Hij gelooft dat supermarkten zullen veranderen als consumenten bewuster worden van de impact van hun keuzes.

Varkenshouder Dirk van Hierden is het spuugzat hoe de samenleving met hem omgaat. Ook bij hem braken dierenrechtenactivisten in om foto’s te maken. “Je bent een grote dierenmishandelaar”, was de boodschap. Dirk: “Door onze welvaart zijn de mensen die geen zak uitvreten, een uitkering hebben en leven van belastinggeld de hoeders van onze normen en waarden geworden. Als varkenshouders worden we eerlijk door de markt, maar schofterig door de samenleving behandeld.”

Waardering gaat niet alleen over prijs, maar ook over hoe er met je wordt omgegaan. Ik ontmoet een pluimveehoudersechtpaar dat alleen in anonimiteit met mij wil praten. Deze boer en boerin hebben zulke slechte ervaringen met de media dat ze voortaan liever buiten de schijnwerpers blijven. “De media hebben ons een paar keer flink te pakken gehad. Daar hebben we gewoon geen zin meer in.” Ik voer een gesprek over beschaamd vertrouwen en onderbetaling van niet alleen boeren, maar ook journalisten.

Melkveehouders John en Sjanie Eijkelenboom doen een boekje open over hun financiën. In dat boekje ontdek ik dat zij met hun rug tegen de muur staan. De prijs die John en Sjanie krijgen voor hun melk is te laag om de kosten die ze over een langere periode hebben, te dekken. Het interview schokt me. Hoe bestaat het dat de mensen die werken voor mijn eten zich zorgen moeten maken of ze zélf hun boodschappen wel kunnen betalen?

Cor Pierik is landbouweconoom bij het Centraal Bureau voor de Statistiek en stelt dat boeren door de jaren heen steeds minder zijn gaan verdienen. Sinds 1990 ligt de inkomensontwikkeling per arbeidskracht substantieel lager in de landbouw dan in de rest van de BV Nederland, rekende Cor uit. Samen verkennen we hoe een eerlijke waardering voor de boer weer norm zou kunnen worden.

Volgens melkveehouder Henk Douma vormen belangentegenstellingen tussen boeren in Noord- en Zuid-Nederland een politieke wond. Politici hebben de moed niet om de echte pijnpunten aan te pakken en een ambtstermijn van vier jaar werkt kortetermijnhandelen in de hand. Het gevolg was in het geval van Henk Douma een financiële klap waar zijn bedrijf net niet aan onderdoor ging.

In 2007 tekende pluimveehouder Ruud Zanders zijn faillissement. Het mislukken van zijn bedrijf ontketende een periode van kritische zelfreflectie: wat had hij kunnen doen om deze misère te voorkomen? Zijn conclusie, dat de manier waarop we voedsel produceren en consumeren onethisch is, bracht een diervriendelijk, milieuvriendelijk en mensvriendelijk alternatief voor eieren voort: Kipster. Ruud verdient er goed mee. Maar biedt het succes van Kipster andere boeren ook perspectief op een eerlijke prijs?

Importeur David van den Heuvel kan niet garanderen dat er geen arbeidsuitbuiting plaatsvindt bij de meer dan 100 leveranciers waar Olympic Fruit zaken mee doet. Binnen de contouren van ons economische systeem kan ik dat ook niet van hem verwachten, stelt hij. Als ik een waterdichte garantie op een schoon geweten wil, moet ik het heft in eigen hand nemen en lokaal gaan eten.

We willen zo goedkoop mogelijk eten, supermarkten bieden ons dat aan en boeren schatten hun eigen product niet op waarde: Ruben Bringsken wijt ons verstoorde waardedenken aan een samenspel tussen deze drie. Hij pleit voor intensievere samenwerking in de keten en een bij producenten actievere houding ten aanzien van databeheersing. Alleen zo, zegt hij, kan een transparante keten realiteit worden en de macht in die keten eerlijk verdeeld worden.

Een belangrijke voorwaarde voor een duurzame toekomst is een betere prijs voor de boer. Maar wil de consument wel betalen? Volgens Martijn Rol alleen als een meerprijs extra voordeel oplevert, of gemak. Hij schetst een niet al te hoopgevend perspectief: hij ziet het uitgavepatroon van de Nederlandse consument niet een-twee-drie veranderen.

Volgens HAK is de manier waarop we ons voedsel telen, distribueren en consumeren niet langer houdbaar. Het bedrijf ziet dat boeren, als zij willen ondernemen op een manier die goed is voor de samenleving, vaak hun bestaan op de tocht moeten zetten. Het systeem zet ze klem. HAK zet een eerste stap om daar verandering in te brengen: het bedrijf vergoedt telers de extra kosten die zij maken voor duurzamere teelt.

Biologisch boer Mees Visser kan weinig met de vraag hoe we de makers van ons eten eerlijker kunnen waarderen. “Een manier van werken die de aarde uitput, daar kan ik geen respect voor opbrengen.” Hij ziet de oplossing enkel en alleen in landbouw die plaatsmaakt voor dat wat boeren al duizenden jaren doen: biologisch boeren. Niet in het betalen van een betere prijs aan gangbare boeren.

In mijn zoektocht naar verantwoordelijkheid nemen voor de mensen die werken voor mijn eten stuit ik op een wel heel bijzondere uitspraak: “de consument bestaat niet.” D66-kamerlid Tjeerd de Groot vindt dat supermarkten en overheid hoofdverantwoordelijk zijn voor een eerlijke behandeling van de boer.

Who’s next?

Wie moet ik nog meer spreken over een eerlijke waardering van de makers van ons eten? Heb jij een tip voor me? Dan hoor ik graag van je.