In gesprek met een...

Melkveehouder: “Geef de boer een basisinkomen”

De producten in onze winkelmandjes worden gemaakt door mensen zoals jij en ik. En directer dan je misschien denkt bepalen wij hun arbeidsomstandigheden en salarissen. Hoewel die producten belangrijk voor ons zijn, betalen we de makers vaak niet naar dat belang. Waarom betalen we de makers niet altijd eerlijk? En hoe kan het anders? Dat ontdek je op opzoeknaardemakers.nl. Welkom!

“De samenleving vraagt ons om minder koeien te houden. Dat kunnen wij. Maar niet tegen de huidige melkprijs.” Dat zegt melkveehouder Rolf Roelofs, die boert in het Overijsselse Lemelerveld. Rolf denkt het gat tussen de huidige melkprijs en een eerlijk inkomen voor de boer te kunnen dichten met een combinatie tussen melkproductie tegen wereldmarktprijzen en een op subsidies gebaseerd basisinkomen.

In het kort

Hoeveel moet ik als consument betalen voor een liter melk om ervoor te zorgen dat het huidig aantal Nederlandse melkveehouders niet alleen kan ondernemen met zorg voor de planeet door minder koeien te melken, maar dat ook nog eens kan doen op een manier waar ze zelf een eerlijk inkomen aan overhouden? Om het gat te dichten tussen die melkprijs en een eerlijk inkomen voor de boer zou je melk moeten blijven produceren tegen wereldmarktprijzen en boeren daarnaast een basisinkomen moeten verstrekken uit subsidies, zegt melkveehouder Rolf Roelofs.

op zoek naar de makers

Wij zijn op zoek naar de makers van de producten in onze winkelmandjes. We hebben onze zoektochten hier voor je op een rijtje gezet:

logo-square@4x edit1

De Lemelerberg ken ik omdat ik graag mountainbike. Sinds mijn ouders bijna vijf jaar geleden naar Ommen verhuisden werd de route gelegen op die ‘berg’ mijn tweede thuisparcours. Mijn vrouw, een Zwitserse, lacht altijd smakelijk wanneer ik als Nederlander een uitstulping als de Lemelerberg, een berg noem.

Achter die berg, bezien vanuit Ommen, ligt het Lemelerveld. Een dorpje waar ik te gast ben bij melkveehouder Rolf Roelofs. Ik arriveer in de stromende regen en snel dus meteen naar de stal, waar de koeien droog staan. Daar komt Rolf al aangelopen. “Dit is de eerste helft van het bedrijf”, zegt hij over de vijftig koeien die ik tref in de stal waar we schuilen. In een tweede stal, iets verderop, staan er nog zestig.

Schuilen bij de koeien.

Terwijl de regen verder drupt vertelt Rolf met frustratie over een mislukte inkuilpoging. Om voer voor de wintermaanden te maken maaien melkveehouders hun grasland. Dat gras wordt op een hoop gereden en verdwijnt, om het te conserveren, tijdelijk onder zeil (van die zwarte hopen met autobanden aan de zijkant). Omdat boeren vroeger simpelweg een kuil groeven om hun gras in te storten heet deze exercitie nog altijd ‘inkuilen’.

Rolf: “Maandenlang investeer je in je weiland. Je dient precies de hoeveelheid mest toe die nodig is om het resultaat dat je voor ogen hebt te bereiken. En dan wordt al je moeite teniet gedaan door een regenbuitje.”

“Maandenlang investeer je in je weiland. En dan wordt al je moeite teniet gedaan door een regenbuitje.”

Rolfs hele gelaat weerspiegelt de emoties die hij voelt bij de tegenslag. Hij baalt als een stekker. Nat gras houdt de voedingsstoffen minder goed vast, vertelt hij. Het betekent meer krachtvoer bijvoeren in de wintermaanden, wat weer drukt op het inkomen dat hij overhoudt.

Overijsselse melkveehouder Rolf Roelofs.

Rolfs inkomen

En daarmee komen we bij het onderwerp waarvoor ik ben afgereisd naar Lemelerveld. Rolfs inkomen. Aan de keukentafel in Rolfs woning, pal tegenover de stal waar ik arriveerde, klap ik mijn laptop open om Rolf mee te nemen in mijn proefberekening voor een duurzame én eerlijke prijs voor melk.

Vanuit de samenleving klinkt de roep om de veestapel te verkleinen. Vee, en met name de aantallen die we in Nederland houden, is te belastend voor de natuur. Een prima idee denk ik, minderen. Maar ook een idee met vergaande consequenties voor melkveehouders.

Een prima idee denk ik, minder vee. Maar ook een idee met vergaande consequenties voor melkveehouders.

Eén van de redenen waarom de Nederlandse melkveehouder gemiddeld zo’n 100 koeien houdt is dat ‘ie alleen zo uit de kosten komt. Een melkveehouder maakt zoveel kosten – veevoer, onderhoud van machines en gebouwen, rente plus aflossing van zijn schuld, een loonwerker en zijn eigen salaris – dat ‘ie wel veel móét produceren om aan het eind een vergoeding voor arbeid over te houden.

Boeren hebben geen ‘salaris’. Wat ze aan het eind – nadat alle uitgaven van de inkomsten zijn afgetrokken – overhouden vormt de vergoeding voor hun arbeid.

Minder koeien – zeg 50, of 30, in plaats van 100 – betekent nog steeds heel veel kosten, maar minder opbrengsten. Een lening bij de bank voor een stal die werd gebouwd voor 100 koeien wordt niet ineens goedkoper als je er maar 30 koeien in zet.

Daarom wil ik weten: hoeveel moet ik als Nederlandse consument betalen voor een liter melk om ervoor te zorgen dat het huidig aantal melkveehouders niet alleen kan ondernemen met zorg voor de planeet door minder koeien te melken, maar dat ook nog eens kan doen op een manier dat ze er een eerlijk inkomen aan overhouden?

zoek je met ons mee?

Wij zijn op zoek naar de makers van de producten in onze winkelmandjes. Laat je je e-mailadres achter? Dan houden we je op de hoogte over onze zoektochten en sturen we je tips waarmee je in het dagelijks leven eerlijkere keuzes maakt ten aanzien van de makers.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

“Zou leuk zijn”

Ik nam de proef op de som en rekende zo’n prijs uit. Vanachter mijn bureau. Maar theorie en praktijk hebben nogal eens een broertje dood aan elkaar, dus wil ik weten of mijn berekening hout snijdt in de alledag van melkveehouder Rolf Roelofs.

Wat denkt Rolf van mijn berekening? “Zou leuk zijn”, is het eerste wat hij uitbrengt. “Maar áls je dit scenario al weet te realiseren – ik doe 70 koeien weg en kan een inkomen uit 30 halen – dan komt mijn Duitse collega, van 50 kilometer verderop, zo snel als ‘ie kan met zijn melk naar Nederland om de hoge prijs die Nederlandse supermarkten ineens voor melk betalen, ook te incasseren. Een individuele boer terugbrengen naar 30 koeien en uitsluitend laten produceren voor de Nederlandse markt vergt dat je een hek om Nederland zet en melkveehouders in Nederland productiequota oplegt.”

Het scenario staat ver van de werkelijkheid af, maar is niet ondenkbaar. Rolf verwijst naar Zwitserland. Daar betaalt de overheid melkveehouders stevige subsidies en beschermt de eigen markt voor invoer van buiten.

Lees ook mijn interview met Heinz Minder, melkprijsanalist in Zwitserland:

Basisinkomen

“Wat jij voorstelt door het aantal koeien met 70% af te laten nemen”, gaat Rolf verder, “is om van melkproductie een maatschappelijke dienst maken. Dat is prima, maar dan vind ik ook dat je die maatschappelijke dienst moet betalen uit maatschappelijke gelden.”

“Je vraagt ons om koeien te houden op een manier die past bij hoe de maatschappij naar Nederland kijkt. Dat kunnen wij melkveehouders. Maar niet tegen de prijs die momenteel wordt betaald voor melk. Om het gat te dichten tussen die melkprijs en een eerlijk inkomen voor de boer zou je melk moeten blijven produceren tegen wereldmarktprijzen en boeren daarnaast een basisinkomen moeten verstrekken uit subsidies.”

Rolf zou er als de kippen bij zijn, zo’n basisinkomen. “Als ik uit 30 koeien, het beheren van een stuk land en een boerderijcamping een goed inkomen zou kunnen halen teken ik vandaag nog. Heerlijk lijkt me dat, boeren zoals ze in Zwitserland en Oostenrijk doen.” Maar in de huidige markt en politieke situatie is dat scenario ondenkbaar.

“Als ik uit 30 koeien, landbeheer en een boerderijcamping een goed inkomen zou kunnen halen teken ik vandaag nog.”

Hoeveel heeft een boer nodig?

Ik beluister Rolf en maak me een voorstelling van het basisinkomen dat hij beoogt. In zo’n systeem is handel nog steeds mogelijk – hoewel in veel kleinere mate – en voorkom je dat lage inkomensgroepen worden uitgesloten van zuivelconsumptie doordat zuivelprijzen hoger uit zouden vallen.

Aan de andere kant, vind ik, ondermijnt zo’n aanpak dat ik als consument ‘leer’ de melkveehouder te waarderen voor het werk dat hij doet. Dáár zit voor mij het spanningsveld. Eigenlijk wil ik van Rolf weten: hoeveel heb je van me nodig om financieel gezond je werk te kunnen doen? Dan wil ik je die prijs betalen.

Rolf gaat mee in mijn redenering. Maar vindt ook dat consumenten al veel eerder moeten worden meegenomen in het leren waarderen van de boer: op de basisschool. “Als je kinderen leert wat het betekent om voedsel te produceren kijken ze er heel anders tegenaan te tegen de tijd dat ze op zichzelf gaan en voor het eerst hun eigen boodschappen betalen.”

Zelf gaf Rolf een keer een ‘voorleesochtend’ op de lagere school in Lemelerveld. Die ervaring viel vies tegen. “Klein als ze zijn zien kinderen boeren al als gifspuiters en dierenmishandelaars. Het begint al met de boeken die ze lezen.” Hij haalt een nieuwsbericht aan van ‘Pig Business’ over een commissie van boerenorganisaties die zo’n 200 lesboeken voor het basisonderwijs beoordeelde. Rolf is niet de enige boer met deze ervaring.

Het heeft alles te maken met het beeld dat ik als niet-boer ontwikkel over het boerenleven. Ook ik kon me, opgroeiend in een Vinexwijk, van het boerenleven weinig voorstelling maken. Wat uiteraard van invloed is op de waardering die ik heb en de prijs die ik wil betalen aan de makers van mijn eten.

Waardeer je ons werk?

Doe dan een duit in het zakje van de makers ervan…

…of deel deze pagina met anderen:

Voor dit artikel is door niemand betaald. Zo kun jij het gratis lezen en werken wij onafhankelijk van wiens belang dan ook. Waardeer je ons werk? Doe dan een duit in het zakje van de makers ervan.

Beelden: Maurice van der Spek