Op zoek naar een duurzame én eerlijke prijs voor melk

Vanuit samenleving en politiek klinkt de roep om de veestapel te verkleinen. Terecht, vind ik. Maar ik vind óók dat als we de veehouder aanspreken op zijn voetafdruk, we moeten beginnen die veehouder een eerlijke prijs te betalen voor zijn werk. Daarom wil ik weten:

Hoeveel moet ik betalen voor een liter melk om ervoor te zorgen dat het huidig aantal Nederlandse melkveehouders niet alleen kan ondernemen met zorg voor de planeet door minder koeien te melken, maar daar ook nog eens een eerlijk inkomen aan kan overhouden?

Mijn zoektocht:

Zo ongeveer iedereen is het erover eens dat de veehouderij uit haar jasje is gegroeid. Oplossingen zijn er te kust en te keur, maar laten mij als consument buiten beschouwing. Hoeveel moet ik als consument betalen om ervoor te zorgen dat de boer kan werken binnen de grenzen van de natuur door minder vee te houden én daar ook nog een eerlijk inkomen aan overhoudt? Ik maakte een berekening voor een liter melk.

Kort na mijn eerste stap naar een eerlijke prijs voor melk krijg ik van melkveehouder Matthijs Baan een uitnodiging. Ik houd supermarkten ten dele verantwoordelijk houd voor onderbetaling van de makers van ons eten, waar Matthijs juist vindt dat supermarkten bijdragen aan bewustwording onder consumenten. “We moeten de vinger op de juiste zere plek leggen”, zegt Matthijs, en dat is wat hem betreft bij de consument. Die is niet bereid een eerlijke prijs te betalen voor voedsel, vindt hij. Hoe denkt Matthijs die consument te bewegen naar een eerlijke prijs? Met een ‘ztw’: een zuivel toegevoegde waarde op alle in Nederland geconsumeerde (inclusief geïmporteerde en in zuivel verwerkte) melk die de meerprijs voor duurzaamheid en eerlijkheid bij de consument legt.

Overijsselse melkveehouder Rolf Roelofs ziet dat radicaal anders. Hij zoekt het juist bij de overheid. Om het gat te dichten tussen de huidige melkprijs en een eerlijk inkomen voor de boer vindt hij dat melkveehouders moeten blijven produceren tegen wereldmarktprijzen en hun inkomen moet worden aangevuld door een basisinkomen.

Klaas-Jan Janse is geen melkveehouder maar weet de complexe wereld van die melkveehouder als geen ander inzichtelijk te maken. Als bedrijfsadviseur komt hij er bij veel over de vloer en kent de sector dus van binnenuit. Klaas-Jan vindt dat een betere boerenboterham niet primair uit mijn consumentenportemonnee moet komen, maar dat boeren daar zelf vooral invloed op hebben. Hij vindt dat ze efficiënter met hun kosten kunnen omgaan. Tegelijkertijd schets hij een verstikkend web van overheidsregelgeving dat maakte dat veel melkveehouders in een financiële impasse terechtkwamen.

Mijn zoektocht eindigt in Zwitserland. Van meerdere kanten wordt er namelijk naar dat land gewezen als dé plek waar melkveehouders nog een inkomen overhouden aan hun werk, beschermd door importheffingen en subsidies. Klopt dat? Heinz Minder, melkprijsanalist voor de Zwitserse vereniging van melkproducenten, ziet het aantal melkveehouders juist snel achteruit hollen. Zwitserse consumenten willen nogal eens uitwijken naar het buitenland om goedkoper uit te zijn.