Melkveehouder: “Je moet bij de feiten blijven”

Aangenaam, mijn naam is Maurice van der Spek. Ik ben op zoek naar de makers van ons eten. Door ons eten te kopen in de supermarkt weten we niet langer wie ervoor werken. Dus trek ik erop uit. Wie zijn de mensen achter de producten die we iedere dag consumeren? Dat ontdek je op opzoeknaardemakers.nl.

Op een natte donderdagmorgen klop ik aan bij Maurits van de Pol, een melkveehouder die ik een paar weken eerder ontmoet tijdens een ronde door Barneveld. Maurits, 30, studeerde commerciële economie aan de Hogeschool van Amsterdam en verruilde de wereld van kantoorgebouwen voor die van het boerenleven. “Ik moet naar buiten, iets doen met mijn handen.” Op de boerderij is daar alle gelegenheid voor.

Wie is de mens achter ‘de boer’? Je kunt er veel van vinden. Ik rijd het land in en leg mijn oor te luister. Naar het overzicht van deze zoektocht.

Samen met zijn vader verzorgt Maurits 170 stuks melkvee. Zijn vader was al aan het afbouwen, toen hij vorig jaar acuut rugklachten kreeg. Voor Maurits betekende het schakelen van voorheen eenmaal per dag 170 koeien melken, naar tweemaal per dag hetzelfde aantal. “Da’s best veel werk, bovenop de rest van mijn taken.”

Is het te veel werk? “Op de boerderij zijn betekent voor mij dat ik werk heb gemaakt van dat wat ik leuk vind. Je bent zelfstandig ondernemer en geen dag is hetzelfde. Maar eerlijk is eerlijk. Je moet het écht leuk vinden, anders gaat het niet. Ik heb een volle week, ik werk van ’s ochtends 6 tot ’s avonds 7 en ik houd weinig tijd over voor leuke dingen. Mijn sociale leven komt vaak op plek twee. Onze boerderij is eigenlijk te groot om straks in mijn eentje te kunnen rooien.”

Maurits van de Pol (l) en zijn vader (r).

Maurits’ broer vertrok een aantal jaar geleden naar Frankrijk om daar een boerenbestaan op te bouwen. Maurits is toen thuisgekomen, zo geeft hij er woorden aan. Het familiebedrijf kon niet zomaar van de hand worden gedaan, vond hij. Hij kreeg de kans om het boer-zijn te proberen en kreeg het zo naar zijn zin dat hij besloot zijn studie af te maken maar geen werk te zoeken in die richting. Nu werkt hij fulltime in de buitenlucht en wil het bedrijf overnemen van zijn ouders. Maurits benadrukt daarbij dat niemand hem dwong om boer te worden. “Het was mijn keuze.”

Met zijn opleiding had hij ook in loondienst kunnen gaan, zegt Maurits, en hetzelfde bedrag kunnen verdienen als hij nu overhoudt aan zijn volle werkweek. “Misschien had ik in loondienst wel drie dagen kunnen werken voor hetzelfde geld.”

De verdiensten op de boerderij maken dat er niet altijd ruimte is om te investeren. “Het liefst wil ik ieder jaar kunnen werken aan iets nieuws. Er moet asbest weggehaald worden, het dak is stuk, misschien kan ik er zonnepanelen op leggen. Of eens een andere mestrobot kopen of een nieuwe shovel. Ook daar zit een deel van mijn motivatie, het bouwen aan je bedrijf. Als ik vijf jaar werk en ik kan niets verbeteren – waar heb ik het dan voor gedaan?”

op zoek naar de makers

Laat je je e-mailadres achter? Dan houd ik je op de hoogte van mijn zoektocht.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

“Niet mijn smaak”

We lopen verder over het terrein en betreden een ruimte waar zes jonge kalfjes worden gehouden. Ik bespreek met Maurits de kritieken die er zijn op het weghalen van jongvee bij de moeder. Hij is er nuchter over. “Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt. In het begin hebben de moeders nog geen band met hun kalfjes. Ze missen hen niet wanneer je ze weghaalt. Als je wacht creëer je een drama. Dan willen de koeien hun kalfje terug.”

Een aantal weken verblijven de kalfjes op de boerderij Van de Pol, waarna Maurits ze verhuist naar elders. Een gepensioneerde boer verzorgt het vrouwelijk jongvee voor hem. “Hij vindt het leuk om bezig te blijven”, vertelt Maurits, “en ik heb er een dagtaak minder door.” Het mannelijk jongvee wordt verkocht als vleeskalf. Na ongeveer 8 maanden zijn ze oud genoeg voor de slacht.

Even verderop treffen we 20 koeien die met ‘vakantie’ zijn. “Deze koeien hoeven even geen melk te geven”, zegt Maurits. Ze krijgen 8 weken rust om zich voor te bereiden op hun bevalling. Daarna komt de melkproductie op gang. Eerst geven de koeien ‘biest’: een dik, gelig vocht dat zeer voedzaam is voor het kalfje. Een enkele keer verkoopt Maurits het, maar hij trekt er een vies gezicht bij als hij erover vertelt. “Niet mijn smaak.”

Na zo’n drie à vier dagen begint de koe ‘gewone’ melk te geven. Volle melk, voor ons. In het geval van Maurits en zijn vader wordt die melk – nadat het opgeslagen is geweest in een tank van 16.000 liter – geleverd aan Vreugdenhil Dairy Foods. Die maakt er melkpoeder van en exporteert naar landen over de hele wereld. “Onder andere babyvoeding wordt gemaakt met de melk van onze koeien”, vertelt Maurits.

Niet eerlijk

We trekken ons tot slot terug in de kantoorruimte van het bedrijf voor een glas water en een kop koffie. Een kleine kantine voorzien van een aantal stoelen en een centraal opgestelde computer. Er is veel te doen om de veehouderij. Ik ben dan ook benieuwd: vindt Maurits de veehouderij te intensief?

“Ik geloof niet dat het huidig aantal dieren wereldwijd het veranderend klimaat serieus beïnvloedt. Daarvoor moet je naar de grote industrieën kijken. Vaak wordt gezegd dat de veehouderij te intensief is. Op dit moment houden we echter 6 procent minder runderen in Nederland dan 20 jaar geleden. Ik vind het dan ook onjuist om de veehouderij nú te intensief te noemen.”

“Sinds 2000 heeft Nederland er 2 miljoen inwoners bij gekregen. Ik vraag me dan ook ten zeerste af of we wel voldoende voedsel kunnen produceren als we minder dieren gaan houden in Nederland. Wel is het zo dat we een steeds hogere opbrengst verlangen van een steeds kleiner wordende hoeveelheid vruchtbare grond. De manier waarop we met onze vruchtbare grond omgaan, ja, die is in sommige gevallen te intensief.”

Maurits stelt dat er altijd voldoende voedsel zal moeten zijn. Ook vindt hij dat we niet afhankelijk moeten willen zijn. “Stopt een boer hier, dan komt er in Frankrijk, Oekraïne of Polen een stal bij. Transporten naar Nederland zullen CO2-uitstoot creëren. Dit lijkt me net zo slecht voor het milieu.”

“Qua voedselkwaliteit moet je ook oppassen”, vindt Maurits. “Wat krijg je ervoor terug als je gaat importeren? De controles gaan enorm ver in Nederland maar leveren het veiligste voedsel ter wereld op. Dat moeten we koesteren, dat kunnen we niet zomaar overboord gooien.”

Melkveehouder Maurits van de Pol: “De controles gaan enorm ver in Nederland maar leveren het veiligste voedsel ter wereld op. Dat moeten we koesteren, dat kunnen we niet zomaar overboord gooien.”

Al met al heeft Maurits grote twijfels bij de stelling dat de veehouderij te intensief is. Toch is de overheid begonnen met het opkopen van boerenbedrijven om de stikstofneerslag op Natura-2000 gebieden te voorkomen. Wat maakt Maurits daarvan mee? “Op het stikstofkaartje van stikstofminister Van der Wal lijkt onze boerderij precies op de goede plek te liggen. Daarom verwachten we geen problemen. Maar als een buurman net wel binnen de grenzen van aangewezen gebieden valt wordt hij onevenredig hard aangepakt ten opzichte van mij. Dat is niet eerlijk.”

op zoek naar de makers

Mijn zoektochten voor je op een rijtje:
logo-square@4x edit1

Bij de feiten blijven

“Duitsland kent minder strenge stikstofregels dan Nederland. Als je als Nederlandse boer dichtbij de Duitse grens woont heb je met veel ingrijpender stikstofmaatregelen te maken dan wanneer je luttele kilometers verderop zou werken. Terwijl stikstofneerslag niet bij de grens stopt. Binnen één Europese Unie vind ik dat raar en oneerlijk.”

“Wat er gebeurt raakt families enorm. Mag je blijven? Moet je weg? Mensen zijn al sinds jaar en dag met hun bedrijf bezig. Kunnen ze wel iets anders? Je zou kunnen omscholen. Maar als je de vrijheid van het boeren gewend bent kun je moeilijk naar kantoor of weer een studie gaan doen. Ik denk eigenlijk dat het niets met stikstof te maken heeft. Ik denk dat ze de grond nodig hebben voor woningbouw. Stikstof is nooit een probleem geweest en ineens moet alles en iedereen wijken na een uitspraak. Het gaat me veel te snel.”

Zelf is Maurits geen extreme protestboer die iedere keer op de tractor stapt om actie te voeren, zegt hij. “Wel vind ik dat je tegengas moet bieden. Anders wandelen ze over je heen. Ze pakken je eigendomsrechten, je stalrechten – alles pakken ze van je af.” Met ‘ze’ doelt Maurits op de overheid. “Dat moet je niet over je kant laten gaan. Uiteindelijk moet je elkaar proberen te vinden in het gesprek.”

“Als er echt iets moet veranderen en als de overheid dit kan onderbouwen met feiten, zijn wij bereid om te luisteren en mee te werken aan een oplossing. Wat niet werkt, is het plotseling van bovenaf opleggen.”

Waardeer je mijn werk?

Doe dan een duit in het zakje van de maker ervan…

…of deel mijn zoektocht:

Voor dit artikel is door niemand betaald. Zo werk ik onafhankelijk van wiens belang dan ook. Echter mijn tijd is geld waard. Journalistieke makers staan, net als andere makers, financieel onder druk. Daarom leg ik de bal bij jou. Waardeer je mijn werk? Doe dan een duit in het zakje. 

Beelden: Maurice van der Spek