Wat is ‘mijn’ gesprek?

Ik loop vast in het debat over de omvang van de veestapel. Het RIVM maakte berekeningen over de uitstoot van de veehouderij. Op basis daarvan bestaat er steeds bredere politieke steun om de veestapel te verkleinen. Ik zal de laatste boer niet hebben gesproken die de berekeningen van het RIVM in twijfel trekt. Aan de andere kant is er de wetenschap, die deze berekeningen maakt en onderbouwt.

Ik snap de materie niet

Waar ik tegenaan loop is dat ik mezelf niet capabel acht om de argumenten van voor- en tegenstanders inhoudelijk tegen elkaar af te wegen en er gedegen conclusies over te trekken. Want: ten diepste snap ik de materie niet. Natuurkunde, scheikunde en biologie heb ik niet voor niets laten vallen na de 3e van de middelbare school 😉 

Het maakt dat deze wetenschappelijke kant van het gesprek ‘mijn’ gesprek niet echt is. Mijn kracht ligt bij economie en de sociale kant ervan in het bijzonder.

Ik wil weten: hoe kan de boer wél rondkomen?

Wat ik zie is dat de gemiddelde melkveehouder niet goed kan rondkomen. Dat vind ik oneerlijk: de boer werkt om mij als consument van eten te voorzien en ik vind het niets meer dan moreel verantwoord om degene die werkt voor mijn eten een eerlijke prijs te betalen voor dat werk. Daarom wil ik weten welke prijs ik als consument moet betalen om ervoor te zorgen dat de gemiddelde melkveehouder wél rond kan komen.

Ik laat de natuurwetenschap even voor wat het is

Het brengt me op een vraag die ik aan een aantal melkveehouders zou willen stellen: wat heb je nodig om financieel gezond te werken als je boerderij de helft van z’n omvang zou hebben? Wat een variatie is op de vraag die ik al stelde: wat moet ik als consument betalen voor een liter melk om ervoor te zorgen dat de melkveehouder financieel gezond en met zorg voor de aarde kan werken?

Ik laat de natuurwetenschap even voor wat het is en ga me de rest van deze zoektocht richten op een beter verdienmodel voor de melkveehouder en de implicaties daarvan voor mij als consument.