Mestoverschot en stikstofuitstoot: een fabeltje?

Volgens Matthijs Baan, melkveehouder en oprichter van ElkeMelk, is het mestoverschot een fabeltje. Ook berekeningen over stikstofuitstoot door de agrarische sector trekt hij in twijfel. Matthijs stelt dat er veel misvattingen bestaan over de milieu-impact van de agrarische sector. En dat die de discussie negatief beïnvloeden.

Mestoverschot: “een fabeltje”

Matthijs Baan: “Alle mest die in Nederland wordt geproduceerd, wordt gebruikt.”

Hoe wordt de term ‘mestoverschot’ dan onderdeel van het gesprek?

“Misschien omdat de groene partijen mensen willen laten geloven dat we te veel dieren hebben? In Nederland hebben we zelfs een mesttekort. Ik begrijp oprecht niet hoe het mestoverschot een begrip heeft kunnen worden.”

Dus het is een fabeltje?

“In mijn beleving wel. Als alle geproduceerde mest nuttig wordt gebruikt kun je niet spreken van een overschot.”

Dan zou het nog een definitiekwestie kunnen zijn. Dat er mensen zijn die vinden dat, hoewel alle in Nederland geproduceerde mest wordt aangewend, die mest in het gebruik ervan nog steeds te veel schade aanricht.

“Dat zou kunnen. Maar feit is dat we 20% minder gewassen kunnen verbouwen als we 20% minder mest hebben.”

“Minder mest in Nederland heeft maar twee mogelijke gevolgen: meer kunstmest importeren of minder eten in de schappen. Als je dieren uit de kringloop haalt verstoor je de hele kringloop. Inclusief de teelt van groenten, fruit en alle andere producten die afhankelijk zijn van dierlijke mest. Alle in Nederland geproduceerde mest wordt namelijk ingezet op akkers.”

Stifstofuitstoot: “meet alleen wat niet in de kringloop hoort te zijn”

Ook dat de sector te veel stikstof uit zou stoten trekt Matthijs in twijfel.

Matthijs: “Het RIVM berekende dat 58% van de stikstof in de lucht is afkomstig uit de landbouw. Dat trek ik niet in twijfel, maar vind wel dat het begrip in de samenleving over wat dit daadwerkelijk betekent ver te zoeken is. Wat men bedoelt is dat 58% van de stikstof in de lucht van organische afkomst is.”

Zie de figuur ‘Emissie stikstof per sector’ op rivm.nl/stikstof. Emissie door de landbouwsector (106 mln kg N) gedeeld door de totale uitstoot van stikstof (183 mln kg N) is 58%.

“Dit soort onderzoek doet het lijken alsof 58% ontzettend hoog is. Maar dat is sterk arbitrair: in 1800 was 100% van de stikstof in de lucht van organische afkomst. Je zou zelfs kunnen stellen dat hoe minder stikstof in de lucht van organische afkomst is, hoe minder goed we er bij zitten. En dat hoe hoger dit percentage ligt, hoe dichter je bij de oorspronkelijke situatie terugkomt. Koeienscheten verdwijnen in de lucht. Maar hoe erg is dat? Het gaat om organische stikstofscheten die binnen een jaar worden opgenomen door de natuur.”

“Ik denk dan: meet alleen wat niet in de kringloop hoort te zijn. Wat in de kringloop is, wat er hoort te zijn, moet je niet meten. Een deel van de stikstof in de lucht is inderdaad afkomstig van de veeteelt en dat deel hoort er niet te zijn. Daarover moeten we ons afvragen: wat vinden we acceptabel? Hoeveel stikstof mag voedselproductie veroorzaken? En is dat erger dan vliegtuigen die stikstof uitstoten, of minder erg omdat het voedselproductie betreft?”

Matthijs: “Ik ben geen wetenschapper op dit gebied, maar we produceren nu eenmaal voedsel en dat resulteert in stikstofuitstoot. Dáár moeten we de norm op aanpassen.”

Beeld: Elsemargriet op Pixabay