Kunnen we stoppen met export?

In mijn zoektocht naar een eerlijke en duurzame prijs voor melk deed ik een eerste aanzet tot een berekening van een eerlijke en duurzame prijs. Onder die berekening liggen uitgangspunten en één van die uitgangspunten is dat de Nederlandse melkveehouder niet langer exporteert. 

In mijn denken heeft stoppen met export twee belangrijke voordelen:

  1. het inkomen van de boer is niet langer afhankelijk van schommelende wereldmarktprijzen. We kunnen in Nederland een melkprijs betalen die melk kost wanneer melkveehouders alleen voor de Nederlandse markt produceren;
  2. producten die in het buitenland geconsumeerd worden hebben niet langer hun weerslag Nederlandse natuur.

Momenteel wordt bijna twee derde van de in Nederland geproduceerde zuivel geëxporteerd.

Met Matthijs Baan, de oprichter van ElkeMelk, reflecteer ik op mijn uitgangspunt dat stoppen met exporteren beter is.

Matthijs: “Nederland exporteert vlees en zuivel, dat klopt. Maar er bestaat een foutief idee dat Nederland ook onderaan de streep een exportland is. Dat we meer dan genoeg eten kunnen produceren voor onze eigen bevolking. Dat is niet zo. Ik kan je vertellen: Nederland kan nog niet eens de helft van haar eigen bevolking voeden.”

“Als we grenzen sluiten en stoppen met vlees- en zuivelexport ontstaat er in Duitsland een voedseltekort. Dat kan maar op twee manieren worden opgelost: in Duitsland de dieren houden die Nederland voorheen hield of de granen die Duitsland naar ons exporteerde – voor ons brood en onze dieren – in Duitsland houden.”

Beeld: Pexels op Pixabay