Kan een melkveehouder de helft van z’n koeien wegdoen?

Op opzoeknaardemakers.nl onderneem ik een zoektocht naar een eerlijke waardering van de makers van ons eten. Hoe kunnen we de samenleving zo inrichten dat een eerlijke prijs voor de makers norm wordt? In mijn zoektocht staat het maatschappelijk gesprek centraal. Als journalist verzamel ik perspectieven van makers, consumenten, bestuurders, handelaren, financiers en tal van anderen om tot een zo eerlijk mogelijk verhaal te komen. Waarbij ik onafhankelijk te werk ga: niemand betaalt voor dit artikel, dus niemand bepaalt wat ik schrijf. Zoek je met me mee?

Voor mijn zoektocht naar een eerlijke en duurzame prijs voor melk interview ik Matthijs Baan, de ondernemer achter de nog jonge zuivelcoöperatie ElkeMelk. Mijn poging om tot een eerlijke en duurzame prijs voor melk te komen, waar het gesprek met Matthijs op voortborduurt, vind je hier:

Ondenkbaar om helft koeien weg te doen

Matthijs heeft serieuze vraagtekens bij mijn uitgangspunten voor een eerlijke en duurzame prijs voor melk. Matthijs: “Het is niet zo dat melkveehouders met 30% van hun koeien verder boeren als je 70% van de veestapel schrapt. Stel dat de rechter een krimp zou opleggen door de helft van de fosfaatrechten aan de sector te onttrekken. Dan vraag ik aan m’n buurman of hij z’n koeien in de verkoop doet. Hij zou zeggen: ‘goh, da’s toevallig, ik wilde je net hetzelfde vragen.’ Uiteindelijk maken we met een derde buurman een pot en degene die het meest betaalt krijgt de koeien.”

Matthijs: “Voor een Nederlandse boer is het ondenkbaar om de helft van z’n koeien of varkens weg te doen. Bedrijven draaien nu eenmaal naar een efficiënt economisch optimum. Een luchtwasser kost €150.000, of je nu veel of weinig varkens op stal hebt. Je moet ook gewoon helemaal geen kleine bedrijven willen. Er is niets zo efficiënt als een varkensflat.”

Efficiëntie zit diep verankerd in het Nederlands boerenbrein

Matthijs vraagt me naar het verschil tussen een Nederlandse en een Franse melkveehouder. Even denk ik dat hij ouderwets de moppentap openzet. “Als een Nederlandse boer een slecht jaar heeft gaat hij naar de bank om een miljoen euro te lenen, bouwt hij een stuk stal bij en koopt hij nog eens 30 koeien aan. Hij denkt: ‘zo verdun ik volgend jaar m’n verlies per kilogram melk.’”

“Als diezelfde boer een goed jaar heeft gaat hij naar de bank om een miljoen euro te lenen, bouwt hij een stuk stal bij en koopt hij nog eens 30 koeien aan. Vanuit het idee: ‘zo verdien ik volgend jaar minder per kilogram melk, maar vermenigvuldigd met heel veel meer kilo’s.’” En die Franse boer? “Die verkoopt zijn koeien aan de slager. Zo verdient hij tenminste nog wat als hij een slecht jaar heeft gehad.”

Met moppentappen valt het wel mee, maar volgens Matthijs zit efficiëntie dus diep verankerd in het Nederlandse boerenbrein.